Marc Andre Hamelin

Dinsdag 25 februari 2014

MARC-ANDRÉ HAMELIN & FRIENDS

Het concert op 25 Februari werd gekenmerkt door de keuze van de muziek: behalve Schuberts Rondo, betrof het muziek uit de eerste helft van de 20ste eeuw, en in alle gevallen vroeg de muziek om virtuoze muzikanten. Hamelin bleek echt een “alleskunner”, en de Zweedse klarinettist Martin Fröst en de Engelse violist Anthony Marwood bleken evenwaardige partners. Gelukkig werd het een avond met meer dan acrobatiek; het werd een avond waarop drie kunstenaars hun hart en ziel verpandden aan schitterende kamermuziek en waarin ze hun kunsten geheel in dienst van de muziek stelden.

Schuberts schreef vaak muziek die ook door een amateurs kon worden uitgevoerd, maar dat is zeker niet het geval met zijn Rondo in b kl t voor viool en piano. Het Rondo is een fors bouwwerk op stevige fundamenten. Het begint allemaal mooi langzaam en gedragen maar al spoedig wordt alles allegro en vivo en verandert de toonaard naar D gr t. De muzikanten waren zich wel bewust dat we hier niet te doen hadden met de Schubert van de liefelijke melodietjes: het tempo werd behoorlijk opgejaagd en de piano klonk hard, waardoor de mooie slanke toon van Marwood niet overal goed tot zijn recht kwam. De versnellingen op het eind kwamen onverwacht.

Debussy ’s stuk, voor klarinet en piano, is echt rapsodisch; de aard van het stuk verandert voortdurend en de wonderlijke overgangen van “rêveusement lent” naar “animé” en “la double plus vite” geven de klarinettist de kans te pralen met het hele scala aan kundigheden. Maar Martin Fröst haalde een mooie heldere toon uit zijn instrument, zowel in hard als in zacht, zowel in hoog als in laag en nergens snerpend. Het stuk is echte late Debussy: prachtige wolken van muziek met een mooi raamwerk op de achtergrond. Beide uitvoerenden letten goed op elkaar en ook Hamelin wist wonderlijke klanken uit de piano te toveren. Deze muziek stelt hoge eisen aan de uitvoerenden, maar er werd niet gepraald en niet gezwoegd.
Deze Première Rhapsodie schijnt een stuk te zijn dat vaak op eindexamens wordt gespeeld en geldt als ultieme proeve van bekwaamheid. De uitvoerenden van vanavond waren dat niveau duidelijk ontstegen. Ze zetten hun instrumenten in om zich aan elkaar aan te passen, om de snelle afwisseling van dartele tempi en lyrische passages te verklanken. Het ovationele applaus was zeer verdiend.

Het ensemble trad voor het eerst op als trio in Stravinsky´s suite uit “l´Histoire du Soldat”. De bewerking van het origineel is van Stravinsky zelf. Het is moeilijk voorstelbaar hoe iemand anders dan de componist zelf zou kunnen komen tot een reductie van de oorspronkelijk bezetting (viool, contrabas, trompet, trombone, fagot, klarinet en slagwerk) naar viool, klarinet en piano, zonder het stuk onrecht te doen. De suite bestaat uit 5 delen; de oorspronkelijke versie omvat 10 stukken, waarvan 2 een gedeeltelijke herhaling zijn. De schitterende Russische klanken zijn in de suite behouden gebleven. Voor de Mars van de Soldaat en voor de Viool van de soldaat is dat nog wel voorstelbaar, maar dat de dansen, Tango, Wals en Ragtime er zo mooi uitgekomen zijn en dat de Duivelsdans ongeschonden door de bewerking is gekomen, is een wonder. En dat wonder werd teweeg gebracht door het trio dat voor ons optrad. De timing en de precisie is verbazingwekkend, zelf voor drie gevestigde kunstenaars. Hamelin maakte van de piano een prachtig percussie instrument en schiep daardoor de gelegenheid voor een dialoog tussen de duivel en de soldaat, die telkens in andere bewoordingen hun bedoelingen bepleiten. De wervelende duivelse dans op het eind vormde de apotheose en lokte een staande ovatie uit.

Op You Tube staat de uitvoering van de originele versie van l´Histoire du Soldat door Janine Jansen en haar ensemble, met de Vlaming Bart Moeyaert als tekstschrijver en verteller. Deze versie werd twee jaar geleden gespeeld op het Janine Jansen festival in Utrecht. Mocht U nog eens een uurtje willen genieten van de eveneens voorbeeldige en zeer onderhoudende originele versie, dan moet u deze gelegenheid niet laten schieten. Wie daarbij de ogen sluit ziet de engelen en duivels van Chagall door de lucht vliegen.

Na de pauze Poulenc, Debussy en Bartok, met respectievelijk een klarinet sonate, een viool sonate en een trio.

Poulencs sonate bleek een veeleisend en nogal gevarieerd stuk muziek. Het begin klinkt als een hymne met verrassende virtuoze passages. De stemming wisselt nogal eens en het is in eerste instantie niet gemakkelijk hoogte krijgen van wat de componist op het oog heeft en waarnaar de compositie op weg is. Maar in het tweede deel wordt de toehoorder getrakteerd op een zeer lyrisch stuk met een onwaarschijnlijk mooi pianissimo voor de klarinettist. Het is alleen twee grote artiesten gegeven om dit deel precies getimed en met dezelfde intensiteit uit te voeren. Zouden die twee uitvoerenden van vanavond niet eens gevraagd moeten worden om mee te werken aan het Quatuor van Messiaen, vroeg ik me af. Het dramatische en onstuimige derde deel werd met vaart uitgevoerd, waarbij de rol van de piano haast theatraal is te noemen. Theater kan een pianist zich eigenlijk niet veroorloven; behalve Hamelin dan, die kan dat wel.

Debussy is in de vioolsonate de componist die we kennen van de préludes. Het werk is zeer sfeervol en vluchtig, en virtuoos voor beide muzikanten. Het treffen van de juiste toon vereist in het snelle allegro vivo intense samenwerking. Hier werd zeer precies en nauwkeurig gespeeld. In het bedachtzame en zeer stemmige “intermède” vielen de pizzicato’s op, waar, naar het mij toescheen, zowel getokkeld werd met de linkerhand en gestreken met rechts. De taken van de twee muzikanten lopen een beetje uiteen, en de afstemming is daarom moeilijk; de verleiding om de heldere dunne toon van de violist te negeren is aanwezig. In het zeer bewegelijke derde deel neemt de pianist duidelijk de leiding; hij leidt de verschillende passages in en geeft de ruimte aan de violist.

Net als de sonates van Poulenc en van Debussy is Contrasts van Bartok geschreven in de laatste jaren van het leven van de componist. Er zijn opnamen van de uitvoering door Jospeh Szigeti (viool) en Benny Goodman (klarinet) met Bartok aan de piano. Geen mooie volkswijsjes deze keer bij Bartok. In het eerste deel, Verbunkos, wordt de melodie geleidelijk aan ontwikkeld. De piano heeft een ondersteunende taak en de klarinet voert de boventoon, met een klaterende cadens aan het slot. Het samenspel tussen de drie musici was weer eens perfect. De rol van de violist lijkt te zijn om commentaar te leveren op wat er naast hem gebeurt en Marwood deed dat voorbeeldig. Fröst gaf (op twee verschillende instrumenten) een exposé van de verschillende kleuren die hij in huis heeft en Hamelin bood de bedding waarin dat alles het best tot zijn recht komt. Het tweede deel begint met en duet tussen viool en klarinet. Het werd een heel verstilde mijmering tussen twee ras musici, met pas op het eind een melodieuze bijdrage van de pianist. Wat een spannend stuk muziek werd daar opgevoerd. In het derde deel maakte ook Marwood gebruik van een tweede viool. In dit deel, Sebes, wisselen de tempi nogal eens en in het laatste deel krijgt de violist een cadens te spelen en Marwood deed dat met verve. Daaraan voorafgaand is een langzamer gedeelte waarin Bartok de Amerikaanse muziek en plaatsje heeft gegeven, maar echte blues heb ik er niet in gehoord. Niettemin prachtig uitgevoerd.

Hamelin en zijn vrienden hebben ons een schitterende muziekavond bezorgd. Het concert zal op 11 Maart 2014 worden uitgezonden door omroep Max.

Pieter Kop