Jonathan Biss

Donderdag 10 November 2016

JONATHAN BISS MET BRENTANO QUARTET

Brentano Quartet,
Jonathan Biss, piano,
Hélène Clément, altviool

Programma:

  • - Johann Sebastian Bach (1685-1750)
  • - Die Kunst der Fuge (selectie, drie fuga's)
  • - Edward Elgar (1857-1934)
  • - Pianokwintet in a mineur opus 84
  • - Carlo Gesualdo da Venosa (1566-1613)
  • - Madrigalen (selectie)
  • - Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
  • - Strijkkwintet in Es majeur KV 614

Zoals al in de programma toelichting werd gemeld, heeft Bach niet aangegeven met welke instrumenten Die Kunst der Fuge uitgevoerd zou moeten worden. Vaak wordt dit werk gespeeld op een piano, een klavecimbel of een orgel, maar uitvoeringen door ensembles zijn ook gebruikelijk. Een groot voordeel bij een uitvoering door een ensemble is dat elke speler zich kan richten op één melodische lijn. En iedere speler kan op precies het goede moment op de voorgrond treden.

Vanavond hoorden wij drie fuga's. De eerste fuga die wij hoorden was ook de eerste uit de hele cyclus. De tweede fuga was complexer: het thema werd beantwoord in spiegelbeeld, en er kwamen ook vergrotingen en verkleiningen van het thema in voor. De derde fuga was nog complexer. Gelukkig wordt bij Bach zulke muziek nooit schools, en blijf er ook muzikaal veel te genieten.

Het Brentano Quartet koos voor een beheerste en verfijnde uitvoering. Er was voldoende contrast om het polyfone karakter van de muziek tot uiting te laten komen, maar nergens ging het op de voorgrond halen van het thema ten koste van een mooie homogene klank. De sfeer bleef overwegend sereen en vredig.

Heel anders van sfeer is de muziek van Elgar. Het Piano kwintet van Elgar is een hoog romantisch werk, overladen met zeer expressieve melodieën. Soms met lange lijnen, soms ontstaan door te variëren op een klein motiefje. Het werk is zeer expansief en heel dramatisch.

De sfeer was beklemmend, onrustig, geheimzinnig en ontastbaar. Er waren stemmingswisselingen, maar de onaardse sfeer werd niet doorbroken. Alleen in het tweede deel waren er ook meer rustige en vredige momenten. Het derde deel ademde dezelfde sfeer, en het dramatische effect werd nog sterker uitvergroot dan in het eerste deel. Maar de uitvoering was nergens "over the top".

Heel bijzonder vond ik de keuze van het Brentano Quartet om enkele madrigalen van Gesualdo uit te voeren. Met voor zijn tijd ongetwijfeld erg vooruitstrevende harmonieën.

Gesualdo werd, net als Bach, weer beheerst en verfijnd gespeeld, met veel ruimte om die vooruitstrevende passages goed uit te laten komen.

Het meest heb ik nog genoten van het strijkkwintet van Mozart. Het eerste deel is een snel deel, in 6/8 maat, met een jachthoorn motief. Zo snel, vrolijk en uitbundig dat je bijna zou denken dat je meteen in de finale van het stuk bent beland, in plaats van in het eerste deel. En voor je het in de gaten hebt, wordt dit motief fugatisch verwerkt, als bruggetje naar het tweede thema. Het tweede thema mag dan iets lieflijker en evenwichtiger zijn, het blijft allemaal even vrolijk.

Het tweede deel was als een sierlijke hofdans. Het menuet was wat vrolijker, met een mooi en lieflijk trio. Het vierde deel, de echte finale, zat vol gemoedelijke en grappige vrolijkheid, afgewisseld met fugatische passages. De uitvoering was zeer virtuoos.

Wouter van der Meiden