Hannes Minnaar

Zaterdag 07 april 2013

HANNES MINNAAR

Al heel lang ben ik een trouwe bezoeker van de kamermuziekserie van Koninklijke Souvenir des Montagnards in Tilburg. Het is jaar in jaar uit een prachtige serie. Op zondagmiddag 7 april 2013 hadden we de nog jonge, maar zeer getalenteerde pianist Hannes Minnaar te gast.

Hij speelde een gevarieerd, verrassend en ambitieus programma. Voor de pauze het Italienisches Konzert BWV 971 van Johann Sebastian Bach, gevolgd door Le Tombeau de Couperin van Maurice Ravel. Na de pauze speelde hij de 24 Préludes opus 28 van Frédéric Chopin.

Uit eerdere optredens, recensies en interviews, ontstond het beeld van iemand die bescheiden en innemend is, zichzelf vooral in dienst van de muziek wil stellen, en zichzelf niet op de voorgrond wil plaatsen of een te nadrukkelijk persoonlijk stempel aan de muziek wil toevoegen. Dat beeld is wat mij betreft bevestigd.

Bach wordt, deels door de opkomst van de historische uitvoeringspraktijk sinds de jaren zestig, niet meer zo vaak gespeeld op de piano. En dat is jammer, want ook voor pianisten is Bach te mooi om zijn muziek niet te spelen. De laatste tien jaar gaat het volgens mij wel weer iets beter met Bach en de piano. De pianisten die wel Bach spelen, komen met onderling zeer verschillende interpretaties. Denk bijvoorbeeld aan de verschillen tussen Glenn Gould en Sviatoslav Richter. Zelf kan ik enorm van historische uitvoeringen genieten, maar net zo goed van andere uitvoeringen of bewerkingen. Mijn eerste kennismaking met het Italiaans concert was via een plaatopname van het jazz trio van Jacques Loussier. Met het Italiaans concert heeft Hannes Minnaar op mij veel indruk gemaakt. Hij koos voor een interpretatie die, met de mogelijkheden van de piano, in de buurt blijft van hoe wij nu denken dat Bach het bedoeld heeft. Mooi helder pianospel, veel aandacht voor articulatie en frasering en voor de versieringen. Prachtig gedaan. In het middendeel trof mij het spanningsveld dat ontstaat tussen de zangerige en omspeelde melodie die zich vrij wil bewegen en de begeleidingsfiguur die zo nadrukkelijk de maat aan blijft geven.

Le Tombeau de Couperin van Maurice Ravel is voor een pianist een enorme uitdaging. Er bestaat immers de prachtige versie voor orkest, ragfijn en wendbaar, met lichte klankkleuren. De luisteraars hebben waarschijnlijk de orkestversie tussen de oren. In de pianopartij geeft Ravel veel gedetailleerde aanwijzingen voor de dynamiek, de frasering en de articulatie. Hannes Minnaar speelt met heel veel zorg precies wat er allemaal staat. Toch vond ik de Prélude en de Rigaudon niet zo mooi als ik had gehoopt. Hier waren de zachte passages naar mijn smaak niet licht en crisp genoeg. Ik heb het meest genoten van de Fugue, de Forlane en het Menuet. Mooie zinsopbouw, zachte kleuren, rustig en sfeervol.

De Préludes opus 28 van Chopin tonen in 24 korte geconcentreerde stukjes een grote verscheidenheid aan stemmingen. Sommige Préludes zijn licht en opgewekt, andere melancholisch of grillig. De meeste Préludes zijn erg kort. Steeds moet de pianist schakelen van de ene naar de andere stemming. Ook voor het publiek vereist dit veel concentratie. Even een moment van verslapte aandacht, en je hebt één of twee stukjes gemist. Hannes Minnaar slaagde er wat mij betreft heel goed in om de aandacht van het begin tot het einde vast te houden, en de cyclus als een eenheid te presenteren. Bij twee Préludes (nr. 8 en nr. 22) vond ik dat de climax met meer dramatiek aangezet had kunnen worden. Ik werd het meest geraakt door de uitvoering van nr. 3, 13, 19, 21 en 23. In zijn totaliteit vond ik deze Préludes heel mooi gespeeld.

Hannes Minnaar heeft in Tilburg een indrukwekkend recital gegeven.

Wouter van der Meiden