Grigory Sokolov

Dinsdag 12 mei 2015

GRIGORY SOKOLOV

Wederom op uitnodiging van mijn muziekvriend Wouter was ik vanavond getuige van een werkelijk magistraal recital door Grigory Sokolov.

Eens in de zoveel jaar ben je getuige van een avond muziek waar je jaren later nog over praat. Vanavond was zo’n ervaring.

Sokolov begon met de 1e partita van Bach, waarbij zijn eigenzinnige opvatting volkomen overtuigend overkwam; ongelofelijk hoe de meerstemmigheid volkomen logisch was met gebruik van het volledig klankpallet van de uit Aken gekomen zeer fraaie Steinway-vleugel.

Met Sokolov’s ongelofelijk veelzijdige kleuring en articulatie, gelardeerd met (soms misschien een overdaad aan) ragfijne trillers en andere versieringen was deze partita een pleidooi voor Bach op de piano, niet minder dan de opnames van Glenn Gould!

Gedurfd en spannend waren ook zijn tempo-opvattingen (de Corrente en het 1e Menuet hoor je zelden langzamer) en de vaak echo-achtige herhalingen met omspeling, en in het geval van de Gigue zelf complete stemwisselingen qua 1e stem-voering, dit alles geheel overtuigend.

Met authentieke uitvoeringspraktijk had het weinig te maken maar dit was één van de mooiste en overtuigende uitvoeringen die ik ooit live gehoord heb.

Na Bach speelde Sokolov Beethoven’s Sonate opus 10 nr. 3, een te weinig gespeelde Sonate, zoals Sokolov ons overtuigend vertelde, niet in woorden maar spelend uiteraard.

Hoewel het Presto (1e deel) niet echt snel werd gespeeld, barstte het van de energie en was het van de eerste tot de laatste noot meeslepend en waren er details te horen waar bijna altijd overheen gespeeld wordt doordat men tegenwoordig enorm haast heeft als er presto boven een stuk staat.

Sokolov zoekt het met succes in snelle schakeringen en duidelijke syncopen waardoor een grote lijn ontstaat die het stuk toch inhoud en vaart geeft.

Het Largo was zeer langzaam maar onnavolgbaar spannend en meeslepend, ook hier was een groot verteller aan het woord met veel overtuigende dramatiek, die vooruitblikte naar de Schubertsonate van na de pauze. Het menuet was daarna een ontspannend en rustgevend moment, zo gespeeld dat er geen tempoconflicten waren met de fugatische tussenstukjes en het trio.

Het laatste deel, een soort variatiewerk liet Sokolov weer aan het woord in ongehoorde klankschakeringen en prachtige timing, waarbij mij ook het effectief gebruik van stiltes opviel. Kortom een meesterlijke vertolking.

Deze lijn werd na de pauze doorgezet met de sonate in a mineur van Schubert.

Zonder nog verder uit te wijden over de techniek en magische dictie van Sokolov kan ik u vertellen dat Schubert zelf aan het woord leek, in een verhaal over eenzaamheid, angst, woede en soms berusting. Desolaat is een woord dat in mij opkwam bij deze zelden gespeelde sonate.

Iets minder somber waren de Moments Musicaux, maar ook hier trof mij de diepgang die Sokolov uit deze stukken wist te halen; een openbaring voor de luisteraar.

Voor een dol enthousiast publiek speelde Sokolov nog vier toegiften, allen Mazurka’s van Chopin en allen in mineur toonsoorten, zeer eigenzinnig en overtuigend gespeeld. Voor de volledigheid de volgende opsomming:

  • opus 68 no 2, in a mineur
  • opus 30 no 4, in cis mineur
  • opus 63 no 3, in cis mineur
  • opus 50 no 3, in cis mineur

Wat stijl betreft is Sokolov echt een van de laatste grote pianisten uit de Russische school en is duidelijk de erfenis te horen van zijn leermeester Gilels en diens voorgangers als Heinrich Neuhaus en Anton Rubinstein (kenmerkend zijn de ongelofelijke meerstemmigheid in stemvoering en het zeer kleurrijk klankpallet waarbij de structuur glashelder overeind blijft ondanks de soms massale klank in het akkoord en passagewerk).

Wat een geweldige avond was dit bij de Liedertafel in Tilburg !!!

Nico Kuijper