Gary Hoffman

WOENSDAG 16 DECEMBER 2015

GARY HOFFMAN EN DAVID SELIG: EEN MOOI CADEAU

December is de feestmaand, de maand van de cadeautjes en de verrassingen. Dat geldt ook als het over kamermuziek gaat, zo bleek maar op de zestiende. Om een volle(re) zaal te krijgen werden de abonnees van de kamermuziekcyclus uitgenodigd om anderen gratis kennis te laten maken met de kwaliteit van het aanbod. Om de verrassing extra groot te maken besloten de optredende musici Gary Hoffman, cello en David Selig, piano het programma volledig te herzien. Dat was jammer van het als altijd keurig verzorgde drukwerk dat zo de prullenbak in kon. Het was even slikken als je gevraagd was een bespreking aan de muziek te wijden, vooral als je af en toe niet kon horen wat er nu in plaats van de aangekondigde werken uitgevoerd zou worden. Maar al bij de eerste keer dat Gary Hoffman de strijkstok op de snaren van zijn instrument zette, was het duidelijk dat dit een bijzondere avond zou worden.

Wat een instrument! Breed, sonoor, nooit dof in de lage registers; rond, nooit scherp of schel als de tonen de hoogte ingingen. Meer hoef je eigenlijk niet te horen om een gouden avond te hebben.

Het eerste stuk waarmee Hoffman en Selig de zaal in hun greep namen, Mendelssohn’s opus 17, was een parel van een uitvoering. In het begin leek de cellist niet helemaal maatvast, maar hij werd door de piano stevig tot de orde geroepen. Daarna ontwikkelde de muzikale dialoog tussen beide instrumenten zich als gesprek tussen twee gelijken, waarvan de zaal niet anders dan geboeid kon meegenieten.

Als ik het deurtje naar mijn muzikale herinnering opendoe, is het niet het werk van Kodaly waar ik als eerste op stuit, dus ook niet de sonate voor cello en piano waarmee Hoffman en Selig verder gingen. Dat lijkt me na vanavond niet helemaal terecht. Het peinzende en tegelijk lyrische eerste deel, het dansende tweede deel, waarin de Hongaarse klanken zijn verwerkt en uitgewerkt, de romantische benadering van het geheel – het vormt een cadeautje dat je graag uitpakt. Het applaus kwam traag op gang, maar mij ging het toch nog iets te snel. Een tijdje diepe stilte, dat zou beter gepast hebben na deze uitvoering.

Om dan verder te gaan met Bartók, de rapsodie nr.1 in de uitvoering voor cello en piano. Dit werk van Bartók is pure vreugde en geluk, gebaseerd op exotische ritmes, afkomstig uit de Hongaarse volksmuziek. Het eerste gedeelte, een trage en zware dans, doet denken aan de logge elegantie van een dansende beer in het circus. De energieke uitvoering deed recht aan het karakter van de muziek. Het tweede deel begint met een trage, spannende intro van de piano, en ontwikkelt zich humorvol, pakkend en tegelijk poëtisch. De versnellingen en vertragingen, de vonkende hoge pianotonen, de indrukwekkende climax – een en al plezier. Af en toe leken cello en piano niet goed in balans, maar ik weet niet of dit aan de componist, de zaal of de musici lag.

Na de pauze een nieuwe verrassing, Janacek’s Pohadka, geïnspireerd op een Russisch sprookje, waarin betoverde vogels, gevangen prinsessen, onterfde prinsen en helse demonen een rol spelen. Deze muziek is erg geschikt om een verhaal te ondersteunen, zo vonden ook de regisseurs van The unbearable lightness of being en The discovery of heaven; ze gebruikten gedeelten als muziek voor bij hun films. Hoffman en Selig kweten zich heel goed van hun taak: ze vertelden een magisch sprookje aan het publiek. Achtervolgingsscènes op het ritme van de piano, de betovering en de bevrijding van de prins die weergegeven wordt door de ritme van de strijkstok of het pizzicato, de hoge noten aan het eind die weergeven hoe lang en gelukkig de twee geliefden nog zullen leven.

Afgesloten werd met de tweede cellosonate van Brahms, opus 99, een van de hoogtepunten uit de kamermuziek van de negentiende eeuw. Brahms op z’n best, ontroerend en inspirerend, Selig met zijn gevoel voor detail en zijn rijke, gulle klank, Hoffman met zijn warme klank die je als een warme jas omhult. In dit gedeelte zagen we ook een beetje de nadelen van het spelen op een antiek instrument: het raakte constant ontstemd, en omdat het is niet voorzien van een modern stemmechanisme, ging het stemmen niet even vlotjes. Dat ging soms ten koste van de concentratie van het publiek, maar ook de concentratie van de musici leed eronder. Niet meer weten waar je bent en wat je nu zult gaan spelen – het is niet sterk. Gelukkig wisten pianist en tourneuse wel wat de volgorde van de delen was. Maar dat is natuurlijk maar een detail. Het publiek had er nog geen genoeg van, er volgde nog een laatste cadeautje. Het largo uit de sonate van Chopin voor cello en piano. Nog een keer konden we genieten van de prachtige klank van deze fantastische cello. Bijna zo mooi dat je de prachtige pianopartij zou vergeten. Maar niet helemaal , natuurlijk…

Frans van Riel