David Oistrakh

Maandag 19 december 2016

DAVID OISTRAKH MET MARIA BARANOVA

Russische Rolls Royce

Je moet van goeden huize komen om als kwartet de naam van de legendarische violist David Oistrakh te mogen dragen. En als je zo’n naam eenmaal draagt, schept dat ook heel wat verplichtingen. Met het concert van het David Oistrakh Quartet in Concertzaal Tilburg maakte primarius Andrey Baranov samen met zijn medemusici niet alleen alle verwachtingen waar, maar slaagden zij er ook nog in die toch wel hooggespannen verwachtingen nog eens te overtreffen.

Vanaf het allereerste werk (Tsjaikovski’s Eerste strijkkwartet) tot en met de toegift (een deel uit Sjostakovitsj’ Pianokwintet) klonk het David Oistrakh Quartet, uitgebreid met pianiste Maria Baranova, als een Rolls Royce, maar dan van Russische makelij, waar – in dit geval – niets mis mee is. De klank van het kwartet als geheel, maar ook van de afzonderlijke instrumenten, was van een volheid, een rijkdom en nuance zoals je die tegenwoordig niet vaak meer hoort. Het samenspel zo spatgelijk dat je zou denken dat de musici dagelijks uren repeterend doorbrengen. Feit is evenwel dat zij daar volstrekt geen tijd voor hebben omdat ze allen op andere plekken van de wereld wonen en aan samenspelen helemaal niet zo vaak toekomen. Het waren bovenal hun uitzonderlijke technische virtuositeit en muzikaliteit die maakten dat het samenspel oneindig veel meer was dan de som der delen. Met hun spel hadden de musici het publiek in de ban. En dat is precies wat een live-concert moet doen en waarom een live-uitvoering zoveel méér te bieden heeft dan een cd-opname.

Ook de opbouw van het programma was uitzonderlijk. Zoals gezegd, opende het concert met het Eerste strijkkwartet van Tsjaikovski. Daarna betraden achtereenvolgens de vier leden van het kwartet het podium om ieder afzonderlijk een kort werk van Tsjaikovski ten gehore te brengen, begeleid door pianiste Maria Baranova. Ook dat is iets wat je niet vaak meemaakt in de concertzaal: dat alle leden van een strijkkwartet – van primarius en tweede violist tot altviolist en cellist - zich losmaken van de groep om zelfstandig solistisch naar voren te treden. Met deze optredens bewezen alle musici nogmaals hun uitzonderlijke begaafdheid.

Terwijl er voor de pauze vijf werken van Tsjaikovski klonken, werd er na de pauze slechts één werk gespeeld: het pianokwintet in g-klein van de Russische componist Sergej Tanejev, een leerling van Tsjaikovski die door hem zeer hoog werd geacht. In de toelichting stelt Wouter Smits dat dit werk, dat dateert van 1911, beschouwd mag worden als het beste Russische kamermuziekwerk van voor 1940 (het jaar waarin Sjostakovitsj zijn pianokwintet schreef).

Daar is inderdaad niets mee gelogen: het is een uitermate doorwrochte compositie met tal van virtuoze passages die hoge eisen stellen aan de uitvoerenden, niet in de laatste plaats de pianist. Ook dit werk werd zo overtuigend gespeeld dat je ernaar verlangt het vaker te mogen horen. Maar vind eens de musici die dat aandurven …

Francesco van Mierlo