Camerata Bern

Woensdag 23 november 2016

CAMERATA BERN MET ANTJE WEITHAAS

Camerata Bern onder leiding van Antje Weithaas vergastte ons op drie stukken. Het eerste stuk was van Cyrill Schürch, Diagonale, is gebaseerd op schilderijen van Kadinsky. Schürch baseert zich niet op de voorstelling in de schilderijen, maar op de vormen van een rechthoekig schilderij. Het stuk zou gaan van rechtsonder naar linksboven. Er zijn vier delen en die hebben allen een welluidende moderne klank, veelal langzaam en zacht. Het doet een beetje denken aan Arvo Pärt: veel langgerekte tonen en weinig crescendo’s en bij wijle betoverend. Er zijn wat syncopen in Deel drie en een paar snelle maten in Deel vier, maar dynamiek is niet kenmerkend voor deze muziek. Mooie moderne muziek om mee kennis te maken en om een concertavond mee te beginnen; maar voor de leek valt er niet veel te doorgronden.

Het tweede stuk, de Kreutzer Sonate in A-groot van Beethoven is andere koek. Dat komt niet alleen omdat de viool met een serie dubbelgrepen de sonate zo luisterrijk opent, -nogal ongebruikelijk voor een sonate die destijds nog aangekondigd werd als een Sonate voor piano en viool-, en ook niet omdat Tolstoi een prachtige novelle over jalousie schreef met dezelfde naam, en ook al niet omdat degene aan wie het werk aanvankelijk werd opgedragen (de violist Polgreen), noch de violist Kreutzer aan wie het werk vervolgens werd opgedragen, het werk ooit voor publiek hebben gespeeld. Maar misschien ontleent het werk zijn bekendheid aan de contrasten tussen de delen. Het begin is een adagio dat plotseling overgaat in een presto waarin de viool het hoofdthema presenteert. Dan volgt een Andante met vier variaties. In het geval van de bewerking die vanavond werd gespeeld, wordt het thema aangegeven door de strijkers en overgenomen door de soloviool. De tweede variatie is er vooral voor de soloviool. De derde variatie, in mineur, biedt een boeiende wisseling van thema’s en bewerkingen. De vierde variatie schakelt weer naar majeur, stopt even voor een molto adagio, en eindigt dan met een coda. De sonate sluit af met een vierde deel Presto waarin veelvuldige staccato’s klinken, zowel in de soloviool als in de verschillende delen voor de strijkers. Opvallend is het levendige samenspel tussen de soliste en het orkest, maar ook tussen de groeperingen in het strijkersensemble onderling. De Sonate eindigt met zeer Beethoveniaanse slotakkoorden in A-groot.

Camerata Bern heeft zich tot taak gesteld deze sonate te spelen in een bewerking voor vioolsolo met begeleiding van een strijkorkest; dat is niet exact wat Beethoven in zijn hoofd had; in de oorspronkelijke sonate was de taakverdeling wat minder expliciet. De concertante vorm van de huidige bewerking bood het orkest de gelegenheid te laten zien hoe veelzijdig en multi-interpretabel Beethovens sonate is. Het orkest speelde een briljante partij, evenwaardig aan de vioolsolo, waarin Antje Weithaas excelleerde. De lengte van het stuk geeft aanleiding tot een symfonische uitvoering. Er is behoefte aan orkestratie, aan meerstemmigheid, aan uitwerking van de verschillende partijen in het orkest, meer dan bij een viool/piano sonate waar de piano een evenwaardige, maar enkelvoudige rol heeft ten opzichte van de solopartij. De versie die de Camerataspelers voor zich hadden vroeg om die aanvulling op de oorspronkelijke pianopartijen in de sonate, en ze boden dat ook: de strijkers vormden een echt orkest met een eigenstandige wisselende combinatie van partijen. De solopartij speelde daar heel mooi op in. Het publiek genoot van deze nieuwe Kreutzer Sonate met verrassende meerstemmigheid en opvallende wisselwerkingen en beloonde Antje Weishaas en de Camerata Bern met een stormachtig applaus en veel open doekjes.

Moussorgski schreef een serie stukken naar aanleiding van het overlijden van de schilder Viktor Hartmann. De schilderijen en vooral tekeningen, -waarvan er overigens geen enkele bewaard is gebleven-, beeldden echte Russische tafrelen, plaatsen en omgevingen uit. Moussorgski maakte er heel bewust echte Russische muziek bij, zonder Westerse invloeden. De bewerking van Moussorgski’s Schilderijen van een Tentoonstelling door Jorma Harkonen die we hoorden is minder bekend dan die van Ravel, Stokowski, Vladimir Askenazy, of Emerson Lake & Palmer (er bestaan nog vele tientallen bewerkingen van het stuk), maar niettemin interessant. Een strijkorkest is aanzienlijk beperkter in klankkleur dan het instrumentarium dat de boven genoemde bewerkers hanteerden, er zijn geen hout- en koperblazers en al het slagwerk ontbreekt. Moussorgski beschrijft een rondgang langs de schilderijen en tekeningen, telkens onderbroken door een wandeling naar de volgende schilderij. Die Promenades zijn heel karakteristiek voor Moussorgski’ s werk: het zelfde thema wordt telkens gebruikt als een voorproefje of een commentaar op het werkstuk van Hartman. De Promenades, geschreven in achtereenvolgende maten met een 5/4 en een 6/4 indeling voor de eerste 12 maten, komen in tenminste zes verschillende versies voor en hebben ieder hun eigen klankkleur. Ook de aard van de achtereenvolgende schilderijen is heel divers en dat stelt de bewerker die zich beperkt tot een strijkersensemble voor aanzienlijke problemen. Hoe laat je een groepje strijkers een onhandig potelende Gnoom uitdrukken en hoe laat je de kinderstemmetjes in de tuinen van de Tuileriën klinken, hoe kun je kuikentjes nadoen of hoe kun je twee plechtig orerende Oude Joodse Mannen verklanken, als je geen rijk geïnstrumenteerd gezelschap ter beschikking hebt? Jorma Harkonen, de bewerker van deze versie van de Schilderijen van een Tentoonstelling, moet worden geprezen voor zijn vindingrijkheid, maar de uitvoerders van het stuk, de Camerata Bern, verdienen de meeste lof. Het eist veel subtiel vakmanschap om de steeds weer wisselende combinaties van orkestleden, met de variërende mogelijkheden voor hun instrumenten, de wisselingen van tempo, in te zetten om alle rijke geluiden en de variëteit van klanken van Moussorgski te laten uitbeelden, zonder saxofoons, klarinetten, fluiten, hobo’s, piccolo’s, tuba, of slagwerk.

De Camerata Bern speelde het klaar met alle zes de promenades, met de piepjes van de kuikens, met de wielen van de Poolse ossenwagen, met het Oude Kasteel en de Catacomben, met het Marktplein van Limoges en zeker ook met de Grote Poort van Kiev. Ze deden het prachtig, met veel inventiviteit en vakmanschap en groot enthousiasme. En ze kregen van het publieke de waardering die ze dik verdienden.

Pieter Kop.