Atos Trio

Woensdag 17 april 2013

ATOS TRIO

Een pianotrio heeft iets van een ménage à trois, waarbij de rol van de piano ten opzichte van de viool en cello al vanaf de 18de eeuw vragen oproept. Pianotonen hebben een korte duur ondanks het pedaalgebruik, terwijl strijkinstrumenten de toon kunnen vasthouden en zelfs doen aanzwellen; de piano van vandaag kan zachter bespeeld worden dan vroeger. De piano mag van de componist nog al eens het thema neerzetten. Als het gaat om een pianotrio, cirkelt de discussie over het voorgaande rondom de woorden balans, harmonie, en een gelijkwaardige inbreng van de drie instrumenten. Wat bedoelt de componist, welke interpretatie bedenken de musici? De pianist Thomas Hoppe specialiseerde zich in begeleiding: zijn bedoeling om dienstbaar te zijn aan de twee andere solisten, die al vanaf hun vierde jaar speelden op viool en cello, de violiste Annette von Hehm en de cellist Stefan Heinemeyer, was goed hoorbaar.

Het program was mooi samengesteld: het pianotrio in G. gr.t. van Joseph Haydn, het pianotrio in a kl.t. van Maurice Ravel en ten slotte het pianotrio no. 3 in g kl.t van Robert Schumann. In de programmabeschrijving van Thijs Bonger werden we uitgebreid geïnformeerd over de opzet, over kleur- en temposchakeringen in de composities en over merkwaardige maatwisselingen (bij Ravel de passacaglia in het derde deel). Ook achteraf is het lezen van de tekst van Thijs Bonger de moeite waard, zeker als je de drie pianotrio’s nog eens wilt beluisteren: de drie pianotrio’s zijn volledig te horen via youtube: het trio van Haydn door het Atos Trio zelf!

Hoe luisteren we? De muziek zo maar genietend naar je toe laten komen, het aanvoelen in wat de muziek wellicht tot uitdrukking wil brengen, of ook nog analytisch luisteren. Dat laatste leerde Aaron Copland zijn leerlingen: letten op de vier elementen van muziek: ritme, melodie, harmonie en klankkleur. Bij een pianotrio is dan vanzelfsprekend: onderscheidend gaan letten op hoe de pianist, de violist en de cellist tot een driegesprek komen.

Van Haydn’s 45 pianotrio’s is wat nu gespeeld werd het meest populair: licht, vrolijk, geestig, ritmisch (denk aan de gipsy rondo, deel 3): ‘pleasure in music’, mag je zeggen, omdat hij toen in Londen de gevierde componist was. Voor musici heerlijk om te spelen, ook al moet de cellist zich beperken tot ‘basso continuo’, maar hij kan dan tegelijk extra genieten van de klanken van de stradivariusviool.

De cello komt echt aan bod bij Ravel. In het eerste deel roepen bijna onbereikbaar hoge tonen van viool en cello een voelbare spanning op. Wegstervende melodieën, dromerige, meditatieve momenten: muziek om te beluisteren met de ogen dicht. In deel twee een opjagend tempo. Een ongelooflijke virtuositeit is vereist; het was zichtbaar hard werken voor de musici. In deel 3 doorlopende muzikale lijnen, rustgevend. Om dan over te gaan naar deel 4, waarin Ravels pijn over het uitbreken van de wereldoorlog tot uiting komt.

Ravel heeft voor mijn oren meer verrassingen dan de volle, donkere romantiek van Schumann’s pianotrio. Deze muziek werd overigens indrukwekkend gespeeld. Opvallend was de ingehouden speelwijze van de pianist, de prachtige melodiebogen, het tweegesprek tussen viool en cello in het tweede deel. De biografische informatie over Schumann’s levensverdriet kon ik moeilijk buitensluiten. De schoonheid van zijn pianotrio heeft voor mij een zwaarte, die ik zo graag zou willen optillen.

Aandachtig luisteren naar muziek is ook een eerbetoon aan het maandenlang gezwoeg van de componist, en daarbij geraakt willen worden door verrassende vindingrijkheid. Onze musici speelden vol overgave. We voelden ons persoonlijk betrokken bij wat zij voor ons speelden. Ook al ken ik ze niet persoonlijk, toch zeg ik: Thomas, Annette en Stefan, dank u wel!

Paul Overmeer