Alisa Weilerstein

Donderdag 12 december 2013

ALISA WEILERSTEIN
& FRIENDS

Het eerste applaus dat op 12 december door de concertzaal klaterde, was niet bedoeld voor de optredende musici, maar voor de firma Spiero, die al 75 jaar bladmuziek levert. Tegenwoordig zijn er legio mogelijkheden om muziek vast te leggen en te reproduceren, maar de meeste stukken die in de kamermuziekcyclus ten gehore worden gebracht, stammen uit een tijd waarin er maar één manier was om klanken te bewaren: als zwarte tekens op papier. Muziek op grote schaal reproduceren was alleen mogelijk met een drukpers. Een klankervaring had je daarmee niet. Daarvoor moest je zelf in de weer met een instrument, of je kon naar anderen luisteren die papieren tekens verklankten. Alle muziek was live. Je hoorde de klank ontstaan en weer verdwijnen, het was een unieke ervaring. Muziek was de vluchtigste van alle kunstvormen, er was geen mogelijkheid om terug te gaan of de ervaring te herhalen. Bij muziek die niet op een geluidsdrager is vastgelegd, geldt dat nog steeds. In de concertzaal is het niet mogelijk veranderingen of verbeteringen aan te brengen, het is wat het is. Daar ben je afhankelijk van wat de uitvoerende musici in hun mars hebben.

Op 12 december was dat niet gering. Het eerste stuk dat celliste Alisa Weilerstein met haar vrienden - Liza Ferschtman, viool, Inon Barnatan, piano en Amihai Grosz, altviool - uitvoerde was het pianokwartet in a, van Gustav Mahler. Dit is een van de stukken die voor mij de essentie van kamermuziek duidelijk maken. Intiem, dicht op de huid, alsof er alleen voor jou gespeeld wordt. De spannende dialoog tussen de instrumenten, de wijze waarop de thema’s ontstaan, overgenomen, herhaald of uitgewerkt worden - fascinerend. Rijk is het stuk aan ideeën en motieven, die op een bijna hypnotiserende wijze opduiken op een telkens gewijzigde manier. Af en toe zou je met je gehoor terug willen gaan naar een eerder stadium, om opnieuw te beluisteren hoe het de vorige keer is aangepakt en uitgewerkt. Nogmaals horen hoe de piano de vloeiende thema’s van de strijkers opneemt, ondersteunt en in gewijzigde vorm teruggeeft. Maar ja, het was live, dan kun je niet even terugspoelen.

Frans vuurwerk werd afgestoken in het tweede stuk van de avond. Amihai Grosz bleef achter de coulissen, uitgevoerd werd het pianotrio in a van Maurice Ravel. Een vroeg modern werk uit het begin van de vorige eeuw. Ingewikkelde muziek, geìnspireerd door exotische dichters en de ritmes van Baskische volksliedjes. De verschillende melodieuze en ritmische thema´s vragen het uiterste van de uitvoerende artiesten. De inspanningen die celliste en violist zich moesten getroosten zouden bij elkaar gehouden en gesteund moeten worden door de piano, maar hier leek mij af en toe het evenwicht zoek. Misschien kwam het door mijn positie in de zaal, ongeveer halverwege rechts, misschien had het te maken met de hoogte van het extra podium, ergens tussen de begane grond en het gebruikelijke podium. In ieder geval leken, vooral in het derde deel, de donderslagen van de piano de strijkers soms tot losse flodders te degraderen. Als je live speelt, kan er wel eens iets mislopen. En ook de artiest kan niet terug om het nog eens over te doen.

Na de pauze verscheen het viertal weer, voor het pianokwartet nr 2 in a van Johannes Brahms. De opening, waarin het verbluffende thema van de piano overgenomen en uitgewerkt werd door de cello en de hogere strijkers was voldoende om me even een stukje boven mijn stoel te laten zweven. Een thema dat als een soort ´oorwurm´ in je hoofd blijft zitten, dat je mee blijft neuriën. Onhandig is dat niet, want die echo in je hoofd was een steun als je de verdere ontwikkeling probeerde te volgen. Telkens werden de thema´s op een nieuwe en frisse manier gepresenteerd, en soms stootte je daarbij op opmerkelijke vondsten van de componist. Hoorde ik een walsje in het tweede deel, wat Hongaarse trekjes in de finale?

Dit pianokwartet van Brahms duurt bijna een uur, het stelt forse eisen aan de concentratie van de luisteraar. In de concertzaal kun je nu eenmaal niet even stoppen, achteroverleunen en op je gemak verwerken wat er zojuist via je oren naar binnen gekomen. Soms betekent genieten nu eenmaal ook hard werken. Het Tilburgse publiek was erg gul met applaus, maar desondanks zat er na deze tour de force geen toegift in. Het was mooi geweest.

Frans van Riel