Aleksey Semenenko

Woensdag 12 april 2017

ALEKSEY SEMENENKO EN INNA FIRSOVA

Semenenko ontpopt zich als volwassen virtuoos

Twee Oekraïense jongelingen betraden woensdagavond 12 april het podium van de Tilburgse Concertzaal. Violist Aleksey Semenenko ziet sinds zijn tweede plaats bij de Koningin Elizabethwedstrijd in 2015 steeds vaker de schijnwerpers op zich gericht, hoewel hij op dit moment nog zijn studies aan het afronden is bij de Russische vioollegende Zakhar Bron. Pianiste Inna Firsova is minder bekend maar is aardig op weg daar verandering in te brengen doordat zij geregeld met Semenenko als duo optreedt. Het Tilburgse publiek kon vanavond zelf beoordelen of die groeiende concertpraktijk ook in haar geval in de eerste plaats aan haar kwaliteiten te danken is, of dat haar romantische engagement met haar duopartner wellicht als haar steun in de rug heeft te gelden.

Zoals interim-presentator Frans de Bruijn al had aangekondigd opende het programma niet met Schubert, maar met Grieg. En terecht, want de eerste vioolsonate van de Noorse componist is een veel geschikter openingswerk dan de Fantasie in C van Schubert, een laat, atypisch en niet onverdeeld toegankelijk werk van de Oostenrijker. De verwachtingen in de zaal zijn merkbaar hoog gespannen als de twee jonge musici het werk van de toen 22-jarige Grieg inzetten. De uitvoering van het eerste deel is er één uit het boekje. Letterlijk, want de musici maken beiden gebruik van bladmuziek. Dat komt op het oog de communicatie tussen de twee op het podium niet ten goede, maar schijn bedriegt. Auditief klinkt alles conform afspraak: ook waar in de muzikale frasering kleine vrijheden worden genomen zijn de twee steeds 'samen'. Daarin ligt ook het grootste kritiekpunt: het geheel klinkt (nog) vrij schools en academisch. Daar komt al meer verandering in bij het tweede en derde deel. Semenenko speelt erg verfijnd en intoneert loepzuiver. Wat muzikale 'Empfindsamkeit' betreft brengt met name Semenenko gaandeweg het verloop van het stuk steeds meer in. Firsova probeert zijn ideeën steeds te volgen, en slaagt daar vooral in wanneer de muziek van haarzelf niet te veel krachtpatserij vereist: in de fortepassages lijkt zij soms tekort te schieten.

De verschillen tussen de twee musici, die de kritische luisteraar in de Grieg al kon waarnemen, werden duidelijk bij de uitvoering van de zowel voor viool als piano veeleisende Fantasie in C. Firsova slaagde maar ten dele in het neerzetten van de sfeer bij de opening van het onconventionele stuk. Dit was een ander verhaal bij Semenenko, die – zelf een baken van rust - onheilspellende rust overbracht op het publiek vanaf zijn inzet. Naarmate het stuk vordert en in uiteenlopende sferen terechtkomt, variërend van Hongaars aandoende passages tot de lyrische incorporatie van het lied 'Sei mir gegrüsst!' en de bijbehorende technisch zeer uitdagende variaties, blijkt dat Semenenko volkomen boven de materie staat en ondanks de moeilijkheidsgraad een treffende verfijning aan zijn interpretatie weet mee te geven. Wederom valt zijn intonatie, met name in de hoogte, in positieve zin op. Firsova interpreteert echter in zekere zin onvolkomen: hoewel ze alles speelt 'wat er staat', slaagt ze maar ten dele in het overbrengen van de over elkaar heen buitelende boodschappen die in het stuk verborgen liggen. Dat geldt wederom vooral in de lastigere (forte)passages, waar ze dynamisch aan vermogen ontbeert en op welke momenten duidelijk wordt dat correct spel niet hetzelfde betekent als boven de materie staan.

Na de pauze volgt programma dat bij het publiek altijd zeer geliefd is: twee kortere werken van Tchaikovsky en de beroemde Introduction et Rondo Capriccioso van Saint-Saëns. Dit laatste stuk, geschreven voor vioolvirtuoos Pablo de Sarasate, beleefde al vanaf haar beginjaren vele uitvoeringen in zowel Europa als de VS en is onverminderd populair. Ter vergelijking: toen Schuberts Fantasie in C haar première beleefde liep de meerderheid van het Weense concertpubliek gedurende het ongebruikelijk lange stuk weg. De tweede helft van het concert van Semenenko en Firsova bleek, wellicht door de programmakeuze, absoluut de meest geslaagde. De prachtige Serenade melancolique van Tchaikovsky werd met veel gevoel voor klankkleur en met een 'brede' toon prachtig vertolkt door Semenenko. De meer dienende rol van Firsova paste haar zonder meer. Zou bij de uitvoering misschien ook hebben meegespeeld dat Semenenko vanaf nu wel uit het hoofd speelde? In het Scherzo dat volgde, eigenlijk het tweede deel van Tchaikovskys Souvenir d'un lieu cher, werd weliswaar duidelijk dat Firsova moeite had het strak ingezette snelle tempo van Semenenko te volgen, maar door diens razend knappe vioolspel - vlug maar geen moment slordig en steeds spatzuiver - raakte het publiek verder in vervoering. Maar de extase van de avond werd beleefd tijdens de Introduction et Rondo Capriccioso: hier ontpopt Semenenko zich als een compleet en volwassen vioolvirtuoos, die schitterend de muzikale boodschap overbrengt en tegelijkertijd bij de meest halsbrekende toeren volkomen 'in control' blijft. Het stuk lijkt niet alleen de violist, maar ook de pianiste op het lijf geschreven, want beider kwaliteiten werden met deze uitvoering ten volle benut. Firsova toonde zich de noodzakelijke steun in de rug van Semenenko. Achter elke succesvolle man, staat een sterke vrouw, zou men kunnen zeggen.

De staande ovatie van het concertpubliek werd beloond met een tweetal toegiften die de rust deden wederkeren: de bewerking van Léon Roques van het oorspronkelijk door Debussy voor piano geschreven walsje 'La plus que lente'', en voorts de 'Valse sentimentale' uit de Six morceaux van Tchaikovsky, oorspronkelijk eveneens voor piano solo. Gelukkige keuzes voor een mooi besluit van een uiteindelijk zinderende avond."

Wouter Smits